was successfully added to your cart.

Cover interview tijdschrift Moesson|augustus 2015

By augustus 6, 2015in de media, nieuws

Het leven draait om dromen, onzekerheden en keuzes maken. Wie je bent is wat je kiest. Daar draait het volgens kleinkunstenaar Esmay Usmany (30) om in de zoektocht naar een soort ultiem geluk. Of het nou om haar dilemma’s als verse dertiger gaat of om de keuzes die haar grootouders maakten, toen ze besloten om in Indië alles achter zich te laten en een nieuw leven te beginnen in Nederland.

Door Sjors Bos | Fotografie Frédérique Vlamings

Esmay Usmany noemt haar opa – in Indië KNIL-militair van beroep – een held die vocht voor vrijheid. Vrijheid om te zeggen, denken, voelen en geloven wat we willen. ‘Voor mij is vrijheid begonnen met een KNIL-koffer. Drie generaties geleden. Bij mijn Indische oma die met haar hele leven in één koffer, moest vluchten naar een nieuwe wereld om te kunnen leven in vrijheid. Die vrijheid is voor ons vanzelfsprekend, maar ik vind het belangrijk dat we die verhalen blijven herdenken én vertellen.’ Diezelfde koffer speelt een belangrijke rol in de liedjesvoorstelling Niets is wat het lijkt. Want ook Esmay heeft haar koffer vol bagage en keuzes die elk mens in zijn leven moet maken. Verhuizen of toch maar niet? De kunstacademie of het conservatorium? Een kennismaking met zangeres en verhalenvertelster Esmay Usmany en haar koffer die Indischer blijkt dan ze vroeger toe wilde geven.

Kleine vanzelfsprekendheden

‘Het klinkt misschien stom om in Moesson te zeggen, maar ik vond het heel lang niet zo relevant dat ik Indisch was. Maar toen ik een paar jaar geleden voor het eerst naar Indonesië was geweest, wilde ik ineens het totaalplaatje weten. Sinds ik van het land van mijn grootouders heb geproefd, vind ik het heel interessant. En bovendien: ik kan niet ontkennen dat ik daar vandaan kom. In elk geval mijn opa en oma. Nu ik ouder word, besef ik wel dat ik veel van de cultuur heb meegekregen. Het eten, bepaalde omgangsvormen. Daar kom je achter wanneer je zelf een huishouden hebt. Dat zit hem in kleine vanzelfsprekendheden. Ik herken mijn ouders steeds vaker in mijzelf. Als er bijvoorbeeld bezoek langskomt, dan zorg ik ervoor dat er altijd wat te eten is. Of er nu één persoon of zes mensen langskomen. Dat maakt niet uit.

Spiritualiteit

Weet je waar ik het ook aan merk, ik durf het bijna niet hardop te zeggen, aan spiritualiteit. Dat is iets dat ik heel erg van mijn ouders heb meegekregen, besef ik achteraf. Alles heeft betekenis. Dat stille krachtgevoel is cultuurgebonden, denk ik. Tegelijkertijd ben ik veel bezig met de vraag waar cultuur eindigt en waar karakter begint. Wanneer je bijvoorbeeld voor het eerst in Indonesië komt, ontmoet je jezelf in een andere context. In zekere zin ben je op jezelf aangewezen. Hoe je reageert in zo’n situatie is meer karakter gestuurdà moet spatie tussen dan cultureel. Tegelijkertijd, Yogyakarta raakte me enorm. Dat had te maken met de familiegeschiedenis die daar ligt. De andere eilanden buiten Java, hadden voor mij net zo goed Thailand kunnen zijn. Daar was de emotionele band weg. Maar ik herkende wel de hartelijkheid uit mijn eigen familie. En het belang van eten. Dat zette me eerlijk gezegd wel aan het denken: wat is Indo aan mij en wat niet? Als ik eerlijk ben, weet ik het antwoord op die vraag niet precies. Als kind lustte ik vroeger geen rijst en had ik alleen maar Hollandse vriendinnetjes. Wanneer mijn ouders vroeger over Indië begonnen, vond ik dat vooral irritant. Maar ik houd niet van die stempels. Hoewel mijn opa aan vaders kant Moluks is, zul je mij nooit met een Molukse vlag zien lopen. Geen kliekjes en groepsgedrag voor mij.

Niets is wat het lijkt

Mijn Indische oma is wel de rode draad in mijn voorstelling [curs]Niets is wat het lijkt[curs]. Zij heeft tijdens de Japanse bezetting in een interneringskamp gezeten. Ik wilde altijd weten wat er met haar gebeurd zou zijn, wanneer ze in Indië was gebleven. Een vraag waar ik tot op de dag van vandaag geen antwoord op heb. Ik durfde nooit echt aan haar te vragen wat er daar gebeurd is. En wat als… Telkens wanneer ik het onderwerp aansneed, werd ze emotioneel en probeerde ze over het onderwerp heen te praten. Op een gegeven moment heeft zij haar leven letterlijk in een koffer gestopt en is ze naar Nederland gekomen met de boot. Eigenlijk is ze in haar leven altijd onderweg geweest. Nooit echt een thuis meer gehad. In mijn voorstelling leg ik dat aspect telkens naast mijn eigen leven: ik worstel nu hiermee, maar wat zou mijn oma doen? Mijn oma was rond de dertig toen ze naar Nederland kwam. Net zou oud als ik nu zelf ben. In een hele andere context natuurlijk. Met een heel gezin. Veel dertigers van nu werken, wonen in de grote steden, hebben nog geen kinderen. Dat komt later pas. Maar het is wel de leeftijd waarop je belangrijke levenskeuzes maakt. In mijn voorstelling ga ik niet zo zeer op zoek naar mijn oorsprong in cultuur, maar wel naar mijn oorsprong als mens. Een persoonlijke zoektocht, waarin ik mezelf vergelijk met iemand die ik goed ken. Zij is het extreme voorbeeld van iemand die geen keuzes had. Waar ik alle keuzes heb, heeft zij er maar een gehad: op de boot stappen en overleven, of blijven.

Emotionele bagage

Toen mijn oma naar Nederland vertrok, wist ze niet waar mijn opa was. Hij was toen militair in het KNIL. Het mag een klein wonder heten dat ze elkaar in Nederland terug hebben gevonden. Er was toen immers geen social media om elkaar te laten weten waar je bent. Je zou bijna gaan denken dat ze een soort telepathische connectie hadden, waardoor ze wisten waar ze waren. In mijn voorstelling leg ik de wereld van mijn oma constant naast de mijne. Stiekem val ik aan de hand van mijn oma, het publiek vooral lastig met mijn eigen dertigersdillema’s. Dat alles relatief is, daar gaat mijn voorstelling om. Je kunt nog zoveel spullen en geld hebben, het draait uiteindelijk om de emotionele bagage die je met je meedraagt in je koffer. Ik vraag me af of mijn oma spijt heeft van haar keuzes. Ik denk het niet en ik vind haar een dappere vrouw. We doen vaak niet wat we willen of waarvan we diep van binnen weten dat dat het beste voor je is, uit angst om zekerheid te verliezen. Maar er bestaat helemaal niet zoiets als zekerheid. Ja, dat je aan het einde van de rit over gaat steken. Dus doe tijdens je leven alsjeblieft iets waar je hart in zit. Dat is wat ik mensen in mijn voorstelling mee wil geven.

Keuzes maken

Ik besefte voor het eerst dat ik net als mijn oma een koffer had, toen ik een keuze moest maken voor mijn studie. Naast muziek maken, tekende ik heel graag. Het was kiezen. Of de kunstacademie, of het conservatorium. Ik koos uiteindelijk voor het conservatorium, maar de kunstacademie bleef maar op mijn pad komen. Wat ik ook deed. Tot een paar jaar geleden. En ik geloof heel erg in voortekens, en dat ik dingen moet doen omdat ze op mijn pad komen. Ik heb vijf jaar geleden toelating gedaan voor de kunstacademie richting illustratie en werd toegelaten, maar heb besloten het uiteindelijk niet te doen. Dat was het eerste item in mijn koffer. Nu pas, nu ik dertig ben, heeft het zijn plek gevonden. Ik ben niet naar de kunstacademie gegaan omdat ik illustreren graag als hobby wilde houden. Ik wilde niet dat het werk werd, zoals muziek maken nu is. Dat vind ik soms lastig, dat muziek zo’n groot deel van mijn leven is dat het geen vrije tijd is. Soms is dat jammer, want muziek en tekst zijn me dierbaar. Ik ben daarnaast ook heel perfectionistisch, dus dat is heel vermoeiend. En dat is waar ik mijn koffer mee vul. Een luxeprobleem natuurlijk, maar wel een keuze. Ik heb de helft van mijn salaris ingeleverd om te kunnen leven van wat ik het liefste doe. Het maakt me veel gelukkiger dan ik was toen ik in loondienst als docent muziek en dans werkte. En dat vind ik zo fijn.

Authentiek

Ik zie mijn voorstelling niet als kleinkunst, het zijn eigenlijk hele verhalende liedjes. De kracht zit hem in de vrije teksten. Ik werk altijd vanuit de tekst. En dat hoeft niet perse het stempel kleinkunst te hebben. De cd met de liedjes uit de voorstelling kun je ook gewoon draaien zonder dat je de context weet. Contact maken met je publiek is fijn, je voelt de energie. Zoeken waar dat contact zit is heel leuk om te doen. Daarom doe ik ook zo graag woonkamerconcerten. Ik treed dan op in de woonkamers van mensen thuis. En daar zie je het als je verbinding hebt. Gaan ze soms huilen en doen ze hun ogen dicht om te luisteren. Dat vind ik een compliment. Dat is iets wat ik heb moeten leren, want vroeger dacht ik dat ze het dan niet leuk vonden. Een woonkamerconcert is net zo intiem als de naam doet vermoeden. Je bent bij de mensen thuis. In hun domein. Dat is heel intiem, maar tegelijkertijd ben je heel erg op jezelf aangewezen. Er zijn geen excuses. Mensen prikken er echt doorheen als je daar alleen een kunstje doet. Daarom moet je met iets authentieks komen en dat kan alleen wanneer je vanuit jezelf werkt.’

www.esmayusmany.com

Leave a Reply